فَلَمَّآ أَسْلَمَا وَتَلَّهُۥ لِلْجَبِينِ
Toen zij zich (aan Allah) hadden overgegeven en hij hem op zijn slaap had gelegd (om te offeren).
Lees Pagina 450 volgens de geverifieerde grenzen van Tanzil. Deze selectie bevat 24 verzen.
فَلَمَّآ أَسْلَمَا وَتَلَّهُۥ لِلْجَبِينِ
Toen zij zich (aan Allah) hadden overgegeven en hij hem op zijn slaap had gelegd (om te offeren).
وَنَـٰدَيْنَـٰهُ أَن يَـٰٓإِبْرَٰهِيمُ
Toen riepen Wij tot hem: "O Ibrâhîm!
قَدْ صَدَّقْتَ ٱلرُّءْيَآ ۚ إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
Waarlijk, jij hebt de droom in waarheid vervuld. Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners."
إِنَّ هَـٰذَا لَهُوَ ٱلْبَلَـٰٓؤُا۟ ٱلْمُبِينُ
Voorwaar, dat is zeker de duidelijke beproeving.
وَفَدَيْنَـٰهُ بِذِبْحٍ عَظِيمٍ
En Wij gaven hem ter vervanging een groot offerdier.
وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren.
سَلَـٰمٌ عَلَىٰٓ إِبْرَٰهِيمَ
Vrede zij met Ibrâhîm.
كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
Zo belonen Wij de weldoeners.
إِنَّهُۥ مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren.
وَبَشَّرْنَـٰهُ بِإِسْحَـٰقَ نَبِيًّا مِّنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ
En Wij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) Ishâq, als een Profeet van de rechtschapenen.
وَبَـٰرَكْنَا عَلَيْهِ وَعَلَىٰٓ إِسْحَـٰقَ ۚ وَمِن ذُرِّيَّتِهِمَا مُحْسِنٌ وَظَالِمٌ لِّنَفْسِهِۦ مُبِينٌ
En Wij zegenden hem en Ishâq. En onder kun nakomelingen zijn er die weldoener zijn en (ook) die duidelijk onrechtvaardig voor zichzelf zijn.
وَلَقَدْ مَنَنَّا عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَـٰرُونَ
En voorzeker, Wij hebben Môesa en Hârôen begenadigd.
وَنَجَّيْنَـٰهُمَا وَقَوْمَهُمَا مِنَ ٱلْكَرْبِ ٱلْعَظِيمِ
En Wij hebben hen beiden en hun volk gered van de geweldige ramp.
وَنَصَرْنَـٰهُمْ فَكَانُوا۟ هُمُ ٱلْغَـٰلِبِينَ
En Wij hielpen hen, waarop zij de overwinnaars werden.
وَءَاتَيْنَـٰهُمَا ٱلْكِتَـٰبَ ٱلْمُسْتَبِينَ
En Wij gaven hun de verduidelijkende Schrift (de Taurât).
وَهَدَيْنَـٰهُمَا ٱلصِّرَٰطَ ٱلْمُسْتَقِيمَ
En Wij hebben Hen op het rechte Pad geleid.
وَتَرَكْنَا عَلَيْهِمَا فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
En Wij maakten voor hen (hun goede naam) blijvend onder de lateren.
سَلَـٰمٌ عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَـٰرُونَ
Vrede zij met Môcsa en Harôen.
إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners.
إِنَّهُمَا مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
Voorwaar, zij behoren tot Onze gelovige dienaren.
وَإِنَّ إِلْيَاسَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
En voorwaar. Ilyâs behoort zeker tot de Gezondenen.
إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦٓ أَلَا تَتَّقُونَ
(Gedenkt) toen hij tot zijn volk zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
أَتَدْعُونَ بَعْلًا وَتَذَرُونَ أَحْسَنَ ٱلْخَـٰلِقِينَ
Aanbidden jullie Ba'l (een afgod) en verlaten jullie de Beste der Scheppers?
ٱللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ ءَابَآئِكُمُ ٱلْأَوَّلِينَ
Allah is jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."