كَذَٰلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا۟ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ
Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene."
Lees Pagina 523 volgens de geverifieerde grenzen van Tanzil. Deze selectie bevat 23 verzen.
كَذَٰلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُوا۟ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ
Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene."
أَتَوَاصَوْا۟ بِهِۦ ۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ
Dragen zij dit aan elkaar over (van geslacht op geslacht)? Zij zijn zelfs een overtredend volk.
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَآ أَنتَ بِمَلُومٍ
Wend je daarom van hen af, dan wordt jou niets verweten.
وَذَكِّرْ فَإِنَّ ٱلذِّكْرَىٰ تَنفَعُ ٱلْمُؤْمِنِينَ
En vermaan: want voorwaar, de vermaning baat de gelovigen.
وَمَا خَلَقْتُ ٱلْجِنَّ وَٱلْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ
En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen.
مَآ أُرِيدُ مِنْهُم مِّن رِّزْقٍ وَمَآ أُرِيدُ أَن يُطْعِمُونِ
Ik wens geen voorzieningen van hen, en ik wens niet dat zij Mij voeden.
إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلرَّزَّاقُ ذُو ٱلْقُوَّةِ ٱلْمَتِينُ
Voorwaar, Allah is de Voorziener, de Bezitter van sterke kracht.
فَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ ذَنُوبًا مِّثْلَ ذَنُوبِ أَصْحَـٰبِهِمْ فَلَا يَسْتَعْجِلُونِ
Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen.
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِن يَوْمِهِمُ ٱلَّذِى يُوعَدُونَ
Wee dan degenen die ongelovig zijn op hun Dag die aangezegd is.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
وَٱلطُّورِ
Bij de berg (Sinaï).
وَكِتَـٰبٍ مَّسْطُورٍ
Bij een geschreven Boek.
فِى رَقٍّ مَّنشُورٍ
In een opengerold perkament.
وَٱلْبَيْتِ ٱلْمَعْمُورِ
Bij het veel bezochte Huis (de Ka'bah).
وَٱلسَّقْفِ ٱلْمَرْفُوعِ
En het opgeheven gewelf (de hemel).
وَٱلْبَحْرِ ٱلْمَسْجُورِ
En de kolkende zee.
إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ لَوَٰقِعٌ
Voorwaar, de bestraffing van jouw Heer zal zeker plaatsvinden.
مَّا لَهُۥ مِن دَافِعٍ
Niemand kan hem tegenhouden.
يَوْمَ تَمُورُ ٱلسَّمَآءُ مَوْرًا
Op de Dag waarop de hemel heftig beeft.
وَتَسِيرُ ٱلْجِبَالُ سَيْرًا
En de bergen zich verplaatsen.
فَوَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ
Wee op die Dag de loochenaars.
ٱلَّذِينَ هُمْ فِى خَوْضٍ يَلْعَبُونَ
Degenen die zich vermaken met ijdelheden.
يَوْمَ يُدَعُّونَ إِلَىٰ نَارِ جَهَنَّمَ دَعًّا
Op die Dag zullen zij met geweld naar de Hel worden geduwd.
هَـٰذِهِ ٱلنَّارُ ٱلَّتِى كُنتُم بِهَا تُكَذِّبُونَ
(En er zal gezegd worden:) "Dit is de Hel die jullie plachten te loochenen.